
Arbeidsomstandigheden
1. Is de arbowetgeving helemaal niet meer van toepassing voor vrijwilligers?
De arbowetgeving is in beginsel niet meer van toepassing voor vrijwilligers. Alleen met betrekking tot bijzondere gevaren en kwetsba re groepen blijven de voorschriften uit de wet gelden. Dit houdt in dat wanneer werkzaam heden ernstige risico’s voor de gezondheid en veiligheid van de vrijwilligers inhouden, orga nisaties verplicht blijven de voorschriften uit de arbowetgeving op te volgen. Ernstige risi co’s zijn, onder andere, werken met gevaarlijke stoffen en biologische agentia, werken op hoog te (boven de 2,5 meter), elektrische installaties onder hoogspanning, grote fysieke belasting (incl. het werken onder hoge druk), geluids belastingen, werken op een bouwplaats en het werken onder extreme temperaturen. Met betrekking tot deze ernstige risico’s is in deze krant een checklist opgenomen waarmee aan de voorschriften kan worden voldaan.De wetgever heeft ook bepaald dat kwetsbare groepen in het vrijwilligerswerk extra bescher ming krijgen door een aantal aanvullende voorschriften uit de Arbowet. Het gaat hier om jongeren onder de 18 jaar, zwangere vrijwilli gers en vrouwen die borstvoeding geven. Deze groepen moeten extra aandacht krijgen bin nen organisaties als het gaat om veiligheidsin structies, aanpassing van de werkplek, fysie ke belasting, de mate en duur van blootstelling aan gevaarlijke stoffen en biologische agentia en andere specifieke gevaren en behoeften van deze groepen.
2. Zijn vrijwilligersorganisaties nog verplicht een RI&E te maken, een preventiemedewerker aan te stel len en de bedrijfshulpverlening te organiseren?
In principe niet. Alleen wanneer binnen de organisatie gewerkt wordt met gevaarlijke stof fen en biologische agentia, is een RI&E nog ver¬plicht. Gevaarlijke stoffen zijn stoffen, meng sels of oplossingen van stoffen waaraan vrij willigers tijdens het vrijwilligerswerk in een dusdanige hoeveelheid kunnen worden bloot gesteld waardoor ze de veiligheid en gezond heid van de vrijwilligers in gevaar brengen. Onder gevaarlijke stoffen vallen ook astbesten, loodwit en andere kankerverwekkende stof fen. Gevaarlijke stoffen zijn in de meeste geval¬len te herkennen aan het oranje pictogram op de verpakking. Het gaat in dit voorschrift niet om de reguliere huishoudartikelen, omdat deze meestal niet in grote hoeveelheden aanwezig zijn binnen organisaties. Wel is het verstan dig ervoor te zorgen dat deze niet algemeen toe¬gankelijk zijn om onvoorziene risico’s te voor komen.3. Is het helemaal niet meer nodig een BHV’er aan te stellen?
Voor de vrijwilligers is het niet verplicht BHV’ers aan te stellen. Wanneer de organisa tie sportwedstrijden, evenementen of mani festaties organiseert met grote groepen bezoe kers, moet u zich wel realiseren dat u ook ver antwoordelijk bent voor de veiligheid van deze bezoekers. Bij ongevallen of calamiteiten moet er adequaat gehandeld worden. In dat geval zal het noodzakelijk zijn dat u ervoor zorgt dat er mensen aanwezig zijn die handelend kunnen optreden en de eerste hulp kunnen verrichten. Gemeenten zullen dat eisen bij het verstrekken van de vergunningen.4. Wat zijn de gevolgen voor de organisatie wanneer deze vrijwilligers onder de 18 jaar heeft?
Vrijwilligers onder de 18 jaar worden binnen de Arbowet, gezien hun beperkte ervaring en des kundigheid, beschouwd als kwetsbare groep voor wie een aantal voorschriften binnen de wet van toepassing blijven. Vrijwilligerswerk waar aan voor jongere vrijwilligers specifieke geva ren verbonden zijn, mag alleen door jongeren gedaan worden onder deskundig toezicht. Ook is de organisatie verplicht aan de leeftijd aan¬gepaste voorlichting te geven over de risico’s van het vrijwilligerswerk binnen de organisa tie. Het is niet zo dat organisaties die gebruik maken van vrijwilligers onder de 18 jaar een RI&E moeten maken. Wel zal extra aandacht besteed moeten worden aan de aanpassing van de werkomstandigheden, zodat jongeren vei lig kunnen werken. Een aantal werkzaamhe den zijn voor jongeren verboden. Het gaat dan om werkzaamheden onder hoge luchtdruk zoals bij duiken, een hoge geluidsbelasting (boven 85dB(A)), schadelijke straling en schadelijke trillingen.5. Een van de vrijwilligers is zwanger. Waar moet de organisatie dan aan voldoen?
Wanneer een vrijwilliger zwanger is of borst voeding geeft, moet de organisatie het werk zo inrichten dat het geen negatieve invloed heeft op de zwangerschap of borstvoeding. Veel zal aankomen op goed overleg met de betreffende vrijwilliger. Een extra verplichting die de wet oplegt aan vrijwilligersorganisaties waar zwan gere vrouwen werkzaam zijn, is het creëren van een rustruimte. Het moet mogelijk zijn voor een zwangere vrouw of iemand die borstvoeding geeft om zich terug te trekken en eventueel te kunnen liggen voor de noodzakelijke rust.6. Hoe kan ervoor gezorgd worden dat de arbeidsomstandigheden voor vrijwilligers binnen de organisatie veilig zijn?
Doordat vrijwilligers in beginsel niet meer onder de arbowetgeving vallen, hebben organi saties en vrijwilligers meer eigen verantwoor delijkheid voor goede arbeidsomstandigheden. Dit betekent dat onderling goede afspraken gemaakt zullen moeten worden om het vrijwil ligerswerk zodanig te organiseren dat de risi co’s voor de veiligheid en de gezondheid van de vrijwilligers tot het uiterste beperkt worden. De aandacht voor arbeidsomstandigheden bin nen organisaties mag daarom niet naar de ach tergrond verdwijnen. Een goede manier om dit te voorkomen is het opstellen van intern arbo beleid.Hoewel een risico-inventarisatie door de arbo wetgeving niet meer verplicht is voor vrijwil ligers, kan het voor organisaties toch verstan dig zijn om er één te maken. De goede basis voor veilige arbeidsomstandigheden begint namelijk bij het in kaart brengen van de risi co’s. Veiligheidsinstructies, voorlichting en het beschikbaar stellen van beschermingsmidde len op basis van de risico-inventarisatie zorgen ervoor dat vrijwilligers veilig hun werk kunnen doen.
7. Naast vrijwilligers hebben wij ook betaalde krachten in dienst. Wat heeft dat voor consequenties?
Betaalde medewerkers vallen volledig onder de arbowetgeving. Wanneer een organisatie gebruik maakt van medewerkers in loondienst is de organisatie verplicht voor deze betaalde medewerkers een RI&E, preventiemedewer ker en de bedrijfshulpverlening te organiseren. Voor vrijwilligers binnen de organisatie is dit niet verplicht. De verplichting geldt alleen voor de medewerkers in loondienst. Vrijwilligers die een vrijwilligersvergoeding krijgen, vallen hier niet onder. Immers, over de vrijwilligers vergoeding wordt geen loonbelasting betaald. Vrijwilligers worden daarom niet gelijk gesteld aan medewerkers in loondienst. Bijvoorbeeld: een trainer bij een sportclub die voor de vele uren werk een vergoeding krijgt die onder de maximale vrijwilligersvergoeding ligt (€ 150,- per maand tot een maximum van € 1500,- per jaar), valt niet onder de Arbowet.Organisaties waar het aantal uren van de mede werkers in loondienst boven de 40 uur uit komt, zijn in principe verplicht de RI&E te laten toetsen door een arbodienst. Alleen wanneer gebruikgemaakt is van een zogenoemde bran che RI&E, is dat niet zo. Voor een aantal bran ches binnen het vrijwilligerswerk is een der gelijke branche RI&E opgesteld, onder ande re voor de sport. Op de website www.rie.nl zijn deze branche RI&E’s terug te vinden.
8. Welke (financiële) risico’s lopen we als vrijwilligersorganisatie zonder arbobeleid?
Er is nog een reden waarom het thema ‘arbeids omstandigheden’ ook in het vrijwilligerswerk belangrijk is. Vrijwilligersorganisaties zonder arbobeleid lopen financiële risico’s die niet te onderschatten zijn. Denk aan een ongeval dat binnen de organisatie plaatsvindt. Als uit het onderzoek blijkt dat ‘gevaarlijke arbeidsom standigheden’ daarvan de oorzaak zijn, en de organisatie nagelaten heeft adequate maatre gelen te nemen, kan de organisatie aansprake lijk gesteld worden. In dat geval start een civiel rechtelijke procedure waarin bepaald kan wor den dat de organisatie de geleden schade moet vergoeden.Andersom: wanneer u kunt aantonen dat u op een gedegen manier werk heeft gemaakt voor het zorgen van goede arbeidsomstandigheden in uw organisatie, is de kans veel kleiner dat u als werkgever iets te verwijten valt.
Misschien denkt u: mijn vrijwilligers en mijn vrijwilligersorganisatie zijn WA-verzekerd, dus dat is mooi geregeld. Dat valt te bezien. Het feit dat een WA-verzekering is geregeld, ontslaat u niet van de verplichting een arbobeleid te voe ren. Het is belangrijk dat u zich realiseert dat uw zorgplicht als werkgever voorop staat. Dat bete kent dat de organisatie moet zorgen voor goede arbeidsomstandigheden. Een WA-verzekering heeft in sommige gevallen - als het arbobeleid faalt - een ‘achtervang’-functie.
Vrijwilligersorganisaties zijn ook verantwoor delijk voor het voorkomen van gevaar voor ‘der den’. U bent, behalve voor uw vrijwilligers (bij¬voorbeeld voetbaltrainers), óók verantwoorde lijk voor de gezondheid en veiligheid van perso nen die aan de activiteit van uw vrijwilligersor¬ganisatie deelnemen (bijvoorbeeld de voetbal lers die trainen).
9. Wat winnen vrijwilligersorgani saties bij het voeren van een goed arbobeleid?
Organisaties die met vrijwilligers werken zijn gebaat bij het enthousiasme en de blijvende inzet van vrijwilligers. Vrijwilligers voelen zich serieus genomen als ze kunnen rekenen op de interesse en de zorg voor hun arbeidsomstan digheden. Zo kunnen vrijwilligers beter op hun werkplek functioneren. Dat helpt ziektever zuim en arbeidsongeschiktheid voorkómen. Een goed arbobeleid maakt de weg vrij voor een goed arbeidsklimaat met gemotiveerde vrijwil ligers. En gemotiveerde vrijwilligers houd je waar je ze graag hebben wilt: binnen de deuren van de organisatie.Een goed arbobeleid levert vrijwilligersorgani saties zelfs méér op. Vrijwilligersorganisaties die hun meerwaarde voor de maatschappij blij¬vend willen bewijzen, kunnen zich geen slecht imago veroorloven, ook niet op het gebied van de arbeidsomstandigheden. De belangen van de vrijwilligersorganisatie en de vrijwilligers liggen dus in elkaars verlengde.
10. We willen een start maken met een goed arbeidsomstandighedenbeleid. Hoe beginnen we nu?
Voor een goed intern arbobeleid kan het beste gekozen worden voor een planmatige aanpak. Onderstaand stappenplan kan hierbij helpen. Ook is het van belang dat arbobeleid binnen de organisatie blijvend de aandacht heeft. Het uit voeren van het stappenplan en het opstellen van een intern arbobeleid is slechts een begin. Een jaarlijkse evaluatie en waar nodig aanpassin gen maken een goed arbeidsomstandigheden¬beleid compleet.Stap 1: informatie verzamelen
Goede arbeidsomstandigheden komen alleen tot stand wanneer werkgevers en werknemers samenwerken. U als bestuur der van een vrijwilligersorganisatie bent uiteindelijk verantwoordelijk voor het arbeidsomstandighedenbeleid. U bent ver plicht uw vrijwilligers van uw plannen om een goed arbobeleid op poten te zetten, op de hoogte te brengen. De vrijwilligers moe ten hierover namelijk mee kunnen praten. Zij kunnen u waardevolle informatie geven; het gaat tenslotte om hún arbeidsomstan digheden. Het is verstandig om uw vrijwil ligers te vragen naar hun ervaringen. Het is goed mogelijk dat zij risico’s als een ver¬keerde werkhoogte, tocht, lawaai, werkdruk of gebrek aan vluchtwegen hebben opge merkt.
Stap 2: inventariseren ernstige riscio’s en kwetsbare groepen
Het is belangrijk dat u ervoor zorgt dat u zo snel mogelijk weet welke ernstige risi co’s en welke kwetsbare groepen er binnen uw organisatie voorkomen. Hierbij kunt u gebruik maken van de checklist in deze krant.
Stap 3: voorkomen van ernstige risico’s
Het is van belang ernstige risico’s zoveel mogelijk te voorkomen. Houd er rekening mee dat voor kwetsbare groepen eerder sprake is van ernstige risico’s.
Stap 4: aan de slag
Zorg voor goede voorlichting en instructies. Zorg voor goede begeleiding van jeugdige vrijwilligers en stel beschermingsmidde len ter beschikking indien dat nodig is.
naar boven
Vacatures
Activiteitenmaatje
Rosa is een vrolijke 25-jarige vrouw. Wie vind het leuk om samen dingen met haar te ondernemen. Je kunt hierbij denken aan bioscoop bezoek, een concert bezoeken, fietsen etc. Het is de bedoeling dat jij haar hiertoe motiveert. Rosa heeft een ov-begeleiderspas en woont in een woongroep in Huizen.
Lees meerHandwerkvrijwilligster gezocht
Voor de handwerkactiviteit op de maandagmorgen , zijn wij dringend op zoek naar een nieuwe vrijwilligster. U helpt bij het halen en brengen van de bewoners. Tijdens de activiteit ondersteunt u de bewoners bij verschillende handwerkactiviteiten, en dan kunt denken aan breien , haken, punniken enz.
Lees meerVrijwilliger voor de scrabbelclub gezocht
Voor de druk bezochte scrabbelmiddag die wekelijks gehouden wordt, zoeken wij vrijwilligers. Er zijn vele vrijwilligers nodig om te helpen bij het uitserveren van hapjes en drankjes. Tevens helpt u bij het halen en brengen van de bewoners, en na afloop bij het opruimen van de zaal.
Lees meer